Zeeuws-Vlaanderen per fiets
Zeeuws-Vlaanderen ligt aan de verkeerde kant van de Westerschelde en dat merk je aan alles: minder verkeer, minder mensen en een landschap dat meer op Vlaanderen lijkt dan op de rest van Zeeland. Voor fietsers is dat een aanbeveling.
Drie gemeenten, veel ruimte
Het gebied bestaat uit Sluis, Terneuzen en Hulst. Drie gemeenten dus, maar over een aanzienlijke oppervlakte. De afstanden tussen de kernen zijn groot en het wegennet is rustig, wat lange stukken zonder onderbreking oplevert.
De westkant bij Sluis is het meest toeristisch, met de kust bij Cadzand en het stadje Sluis zelf. Naar het oosten wordt het industriëler rond Terneuzen en daarna weer landelijk richting Hulst.
Er komen is het lastigste deel
Er loopt geen trein naar Zeeuws-Vlaanderen. De Westerscheldetunnel is verboden voor fietsers. Wie met de fiets komt, gebruikt het fietsvoetveer tussen Vlissingen en Breskens of Terneuzen en Hoek van Holland, of rijdt om via Antwerpen.
Dat maakt het gebied lastig te combineren met een gewone dagtocht. De meeste mensen die alle gemeenten afwerken plannen hier daarom een apart weekend voor, vaak samen met de Zeeuwse eilanden.
Wat het oplevert
De polders van Zeeuws-Vlaanderen zijn ouder en grilliger dan de rechte verkavelingen van Flevoland. Kreken, dijkjes en verdronken dorpen liggen door elkaar heen, resultaat van eeuwen overstromingen en inpolderingen. Fietsen gaat daardoor zelden rechtdoor.
Rond Hulst staan nog vestingwerken uit de Tachtigjarige Oorlog. Het stadje heeft een van de best bewaarde omwallingen van het land, en je fietst er zo overheen.
Praktisch
Neem voldoende water en eten mee. Tussen de kernen liggen soms tientallen kilometers zonder winkel, en buiten het seizoen is een deel van de horeca aan de kust gesloten. De wind komt hier vrijwel altijd van zee.