De Veluwe per fiets: bos, zandverstuivingen en veertien gemeenten
De Veluwe is het grootste bos- en heidegebied van Nederland en het enige stuk land waar je een halve dag kunt fietsen zonder een dorp tegen te komen. Voor wie gemeenten verzamelt is dat een gemengd genoegen: prachtig om te rijden, maar de kernen liggen ver uit elkaar.
Wat het gebied bijzonder maakt
De Veluwe is een stuwwallengebied, opgeduwd door het landijs in de voorlaatste ijstijd. Dat levert iets op wat elders in Nederland ontbreekt: langgerekte hoogteruggen met bos erop, en tussen die ruggen open heide en zandverstuivingen. Bij Kootwijk en op het Hulshorster Zand ligt zand dat nog echt stuift.
Het fietsnetwerk is er ongewoon goed. Grote delen lopen over vrijliggende paden door het bos, los van de autowegen, en veel routes zijn geasfalteerd. Dat maakt het gebied ook met een gewone fiets goed te doen, terwijl de onverharde varianten er voor gravel en mountainbike liggen.
Welke gemeenten je aantikt
De Veluwe strekt zich uit over veertien Gelderse gemeenten, van Arnhem en Rheden in het zuiden tot Elburg en Oldebroek in het noorden. Dat is bijna een derde van de Gelderse lijst, en het verklaart waarom veel deelnemers Gelderland in stukken aanpakken in plaats van als geheel.
De zuidrand is de efficiëntste hoek. Rond Arnhem, Rheden, Renkum en Ede liggen de kernen relatief dicht bij elkaar en zijn de stations goed verdeeld. Naar het noorden toe worden de afstanden groter: Nunspeet, Epe en Heerde vragen een eigen rit.
Het wild en de openingstijden
Op de Veluwe leven edelherten, wilde zwijnen en reeën, en in de schemering staan ze regelmatig op of naast het pad. Rustig doorrijden is de gebruikelijke aanpak; een zwijn met jongen wijkt niet voor een bel. In de bronsttijd in september en oktober zijn delen van het gebied ’s avonds gesloten om de dieren rust te geven.
Enkele afgesloten terreinen hebben eigen openingstijden en soms een toegangsprijs. Dat is goed om te weten als je een route uitstippelt die er dwars door loopt, want een dichte slagboom kost je een omweg van kilometers.
Wanneer je het beste gaat
Eind augustus tot begin september is de heide paars, en dat is de bekendste periode. Wie liever rust heeft, kiest het late voorjaar: dan is het bos net dicht, zijn de paden droog en is het er buiten de weekenden opvallend stil.
Na een lange droge zomer wordt het zand op de onverharde paden los, en dan kost elke meter kracht. Direct na een regenperiode rijdt datzelfde pad juist snel en vast. Voor de geasfalteerde routes maakt het weer nauwelijks uit.
Veelgestelde vragen
Kan ik de Veluwe met een gewone fiets rijden?
Ja. Een groot deel van het netwerk is geasfalteerd en loopt over vrijliggende paden door het bos, dus een stadsfiets of toerfiets volstaat. Alleen de expliciet onverharde routes en de zandverstuivingen vragen brede banden of een mountainbike.
Hoeveel gemeenten liggen er op de Veluwe?
Veertien Gelderse gemeenten raken het gebied, van Arnhem en Rheden in het zuiden tot Elburg en Oldebroek in het noorden. Dat is bijna een derde van de Gelderse lijst, wat de provincie in stukken aanpakken een logische keuze maakt.
Zijn er delen van de Veluwe gesloten voor fietsers?
Sommige beheerde terreinen hebben openingstijden en soms een toegangsprijs, en in de bronsttijd in september en oktober gaan delen van het gebied ’s avonds dicht. Controleer dat als je route er dwars doorheen loopt, want omrijden kost kilometers.
Wat doe ik als er wild op het pad staat?
Rustig doorrijden en niet claxonneren of bellen. Edelherten en reeën wijken meestal zelf; een wild zwijn met jongen doet dat niet altijd, dus die geef je ruimte. In de schemering staan ze het vaakst langs of op het pad.
Welke kant van de Veluwe is het handigst om te beginnen?
De zuidrand rond Arnhem, Rheden, Renkum en Ede. Daar liggen de kernen dichter bij elkaar en zijn de stations beter verdeeld, dus je tikt er in één dag meer gemeenten aan dan in de noordelijke helft rond Nunspeet en Epe.