De Achterhoek per fiets: coulissen, zandwegen en zes gemeenten
De Achterhoek hoort tot de streken waar fietsers uit de rest van het land zelden komen, en dat is precies de reden om er heen te gaan. Kleinschalig landschap, veel zandwegen en gemeenten die je nergens anders tegenkomt.
Wat de streek onderscheidt
Het landschap is een coulisselandschap: kleine percelen, houtwallen, boerderijen en bosjes die het zicht steeds afbreken. Waar je in de polder kilometers vooruit kijkt, zie je hier zelden verder dan een paar honderd meter. Dat maakt fietsen er rustiger en minder winderig.
Gemeenten als Winterswijk, Oost Gelre, Berkelland, Aalten en Bronckhorst liggen dicht bij elkaar. Een dagrit van honderd kilometer raakt er makkelijk vijf tot zeven, wat de streek efficiënt maakt voor wie een lijst afwerkt.
Het Winterswijkse plateau
Rond Winterswijk ligt het enige stukje Achterhoek met noemenswaardig reliëf. De ondergrond bestaat er uit oud gesteente dat elders in Nederland diep begraven ligt. De hellingen zijn kort, maar in een verder vlak land vallen ze op.
Grens en gemak
De Duitse grens loopt hier grillig door het landschap en is op veel plekken nauwelijks te merken. Fietsroutes lopen er zonder onderbreking overheen, wat de mogelijkheden voor rondjes vergroot.
Wie de streek in één keer wil doen, gebruikt Zutphen of Doetinchem als startpunt; beide hebben een station. Bijhouden welke gemeenten je gehad hebt kan op de kraskaart.